Beste Wensen

"Eigenlijk mag het niet meer", zegt de man, vergeefs zoekend bij het wijnrek van de plaatselijke Spar, "maar toch nog de beste wensen, Jos." "Waarom mag dat eigenlijk niet meer", vraag ik onnozel. Ik weet niet meer precies wie de man is, laat staan dat ik weet hoe hij heet en van de regels rondom de beste wensen heb ik bijster weinig benul. Sinds jaar en dag wens en zoen ik er maar wat op los, zeg maar, maar nu de zeden in ons land geleidelijk aantrekken, moet je meer dan ooit op je woorden en daden letten, zeker waar het het zoenen betreft. "Nou, we tellen vandaag 8 januari, hè, dat is ruim voorbij Driekoningen en dan gaan bij ons zowel de kerstboom als de beste wensen de deur uit. We kunnen immers niet aan de gang blijven." De man draagt een lange bruine jas en een ouderwetse hoed en daarmee ziet hij er net zo plechtig uit als hij praat. "Ach zo", zeg ik, "nou, voor u ook een gelukkig nieuwjaar, een beetje te laat misschien, maar welgemeend hoor." Ik geef de voorkeur aan het duidelijke 'gelukkig nieuwjaar' boven het onpersoonlijke en vrijblijvende 'de beste wensen'. Alsof je zelf maar moet uitzoeken aan welke wensen je de voorkeur geeft. Net als met het hedendaagse kerstpakket. Waar je in een ver verleden door de baas een hoogstpersoonlijke verrassingsdoos werd overhandigd, die je dan thuis, tezamen met het gezin, met kloppend hart openmaakte, krijg je vandaag de dag een bon van manager of bestuurder toegestuurd, waarmee je dan zelf op deze of gene internetsite iets moet uitzoeken. Zo geeft de directie tegenwoordig cadeautjes. Als de dood, dat mensen over de content van het pakket gaan klagen en het kerstcadeau schaamteloos in de bek kijken. "U ook een gelukkig nieuwjaar en gezondheid natuurlijk", zegt een hele lieve dame hartelijk vanachter haar rollator, "en ik lees uw columns altijd hoor!" "Fijn", zeg ik, blij als een kind. Een lezer is altijd leuk natuurlijk.

Ik kijk thuis even na wat de wensregels zijn. De meningen zijn weer eens niet eensluidend. De Driekoningen duiken nadrukkelijk op, maar de pleitbezorgers van het einde van de tweede januariweek winnen terrein. Zodoende is er tenminste ook nog gelegenheid na een kerstvakanties de collega's op het werk de beste of de allerbeste wensen toe te wensen. Opmerkelijk vaak tref ik een vetgedrukte waarschuwing omtrent het zoenen. Doe het niet, heren! De dames zijn hier niet van gediend. En als bescherming tegen die onverbeterlijke collegiale onverlaat, die het niet kan laten, krijgen deze dames de aanbeveling om dan maar een ernstige verkoudheid of virusinfectie voor te wenden. Het vervult mij met schaamte en verontschuldigingen.

Des middags ontmoet ik een hoogblonde oud-collega. "Nog goede voornemens, Jos", roept zij lachend en van verre. "Ja", zeg ik, tot haar verbazing, "ik zal nooit meer zoenen, echt niet en het spijt me." "Ach, lul toch niet", glundert ze. En ze pakt me, plat op mijn bek.

Beste wensen, mensen

Jos Huibers