Denkend aan Gorinchem

"Kun je Gorinchem een beetje loslaten", informeert de vrouw vanaf haar Spaanse kingsize strandbed loom. Een zomerse Birckenstocksandaal bungelt lui aan haar vrolijk zongetinte voet. Bruin met een vleugje rood, de vakantie is nog jong. De spaarzame, ondubbelzinnig gepensioneerde strandgasten op de bedden rondom zien er schandalig zongebruind uit. Ze slapen voornamelijk of doezelen, een boek over de neus gevouwen.

"Het laat me maar niet los", mompel ik getergd, "dag en nacht houdt het me bezig. Wat hebben deze Spaanse, van de toeristen vergeven kustplaatsjes nou wat Gorinchem niet heeft?" Ik bedoel, je voelt je toch mee verantwoordelijk met de toekomst van de stad, zoveel heeft de Go2032- beweging me wel ingewreven en ook de plaatselijke politiek wil in de toekomende tijd, steeds meer en vaker samen met ons en steeds minder namens en voor ons beslissen. Dus je moet wel bijblijven, ook in de vakantie. Er loopt een bus Aziaten leeg op de smalle boulevard. Kennelijk Chinezen, hoewel ik het van deze afstand moeilijke vind om Japanners van Chinezen te onderscheiden. Ze dragen allemaal een kleurrijk parapluutje. "Dat doen ze omdat ze niet bruin willen worden", doceert mijn vrouw, "dat vinden ze niet mooi." Wat ze dan te zoeken hebben in dit rijkelijk zonbeschenen land is me een raadsel. "Die zie je nauwelijks in Gorinchem", zeg ik, "ondanks die twee hunkerende vruchtbaarheidsbeelden, die de Koreanen daar gedropt hebben." Ik bedoel, je doet je best, maar geen Chinees, die hapt. Of Japanner. Ook op de terrassen in de verre omtrek zijn opmerkelijk veel ouderen genesteld, dames vooral, bijna allen voorzien van een piepklein hondje. Vanaf moeder's schoot keffen ze vals en territoriumdriftig om zich heen. Ze krijgen kusjes van roodgelakte lippen en worden nog intenser in de schoot gedrukt. De enkele echtgenoot steekt er lulligjes bij af. "Ouderen", zeg ik, "die zie je bij ons ook alleen nog op het bankje in het Piazza-centrum. En dan zonder hondje, dat mag natuurlijk niet van de thuiszorg. Die hebben geen tijd meer om even mee te lopen voor de dagelijkse poep en plas. En de kinderen moeten werken." Mijn vrouw echter is in slaap gevallen. Gisteren waren we in een bergdorp, waar alle huizen wit waren geschilderd. Logisch natuurlijk onder deze zinderende zon. Maar slim verkocht men het als attractie: "Bezoek dit unieke, witte dorp." Ja, aan mijn hoela. Een schilder stond verveeld een hagelwitte muur te bekwasten. Voor de toeristen. Een als ambtenaar geklede stadsomroeper - per saldo serieuzer te nemen dan onze middeleeuws uitgedoste Gorinchemse operavariant - noodde ons om de nieuwgebouwde ruïnes te bezoeken. Ze waren nota bene nog aan het metselen. Maar voor de Aziaten donderde dat niet. Zij knipten de vingers leeg op hun high-tech-toestel. Druk babbelend. De winkeltjes verkochten duizend hoeden, van stro vooral. "Dat bedoel ik nou", riep ik uit, 'in heel Gorinchem is geen behoorlijke hoed te koop. Of paraplu. Of porseleinen beeldje van de kerktoren. Zo jaag je de potentiële toeristen toch de stad uit!"

Ik bedoel maar: als je de ogen open houdt, dan doe je heel veel nuttige ideeën op voor de toekomst van de stad!

Jos Huibers