Geertje

"En toch vind ik het leuk, op een of andere manier", zegt de in perzikkleur gekapte dame resoluut, "dat de oudste inwoonster van heel Nederland uitgerekend in Gorinchem woont. Ik denk echt dat het door de gezonde lucht komt, hier in het Rivierengebied." Zelf is zij 'iets voor bij de zeventig'. Zij is samen met een wat jongere vriendin, een grijsblonde, in de open lucht van het terras gaan zitten, 'dus niet onder de kap', zodat zij vrijelijk en zonder overlast een sigaretje kunnen roken. Zij is goed geconserveerd, zeg maar, het haar is fraai en met zorg gecoiffeerd, de make-up is secuur aangebracht en de lippen zijn fraai in lichtrood gestift. Maar zij stamt dan ook uit de 'kapperij en schoonheidsbranche, dus dan begrijpt u het wel.'

"Ik moet er niet aan denken", reageert de grijsblonde, "ik bedoel, ik ben nu 69, dan zou ik nog 43 jaar moeten, dat is toch niet te doen." Het gesprek gaat over de de Gorkumse Geertje Kuijntjes die dezer dagen maar liefst 112 jaar oud is geworden. Ik moet zeggen, dat vind ik ook wel erg oud, eerlijk is eerlijk. Als je een ander een lang en gelukkig leven toewenst, dan heb je toch niet de leeftijd van 112 jaar voor ogen. "Ze kan niet meer horen, niet meer goed zien, ze kan geen behoorlijk gesprek meer voeren", vervolgt de blonde, "ik bedoel maar, wat moet je dan de hele dag doen, behalve zitten, zo is het toch." "Ja, da's waar", zegt de perzik, "ze kan ook niet meer breien de laatste maanden, dus, ja, dan duurt de dag wel lang. Maar toch vind ik het geinig, dat Geertje in Gorinchem woont en niet in Amsterdam bijvoorbeeld. Het straalt toch een beetje af op ons stadje, vind ik dan. Ja, in Amsterdam hebben ze dan wel musea en zo, maar wij hebben toch mooi de oudste inwoonster, zoiets."

"Als ik de kranten moet geloven, dan worden ze van de generatie na ons allemaal zo oud", draagt een ook al wat oudere heer aan een naburig tafeltje aan de discussie bij, "dat komt allemaal door de gezondheidszorg, die steeds beter wordt. En door de voeding natuurlijk." "Nou, ik weet het niet, hoor", zegt de perzik, "mijn man is pas overleden, nog geen 73 jaar oud, altijd gezond gegeten van de eigen tuin, altijd op tijd naar de dokter en moet je kijken, is er toch stiekem en plots tussenuit geknepen. Dus, ik bedoel maar, ze kunnen mij nog meer vertellen." "Veels te jong", beaamt de blonde. "Dat is waar", zegt de heer. "Nooit gerookt ook", zegt de perzik. "En zoveel dronk hij nou ook weer niet" besluit de blonde. En dan is het even tijd voor stille weemoed.

Zeker vijf minuten en twee sigaretten later wordt het gesprek hervat. "Ik denk dat ik wel weet hoe het komt", zegt de blonde, op de golven van de geïnhaleerde rook, "die Geertje is nooit getrouwd en ze heeft nooit kinderen gehad. Ik bedoel, dan kan ik het ook, oud worden." "Ik heb gehoord dat elk kind je tien jaar van je leven kost, of ik heb het ergens gelezen", zegt de perzik. "Dat kan niet", zegt de heer beslist, "vergeet niet dat er vrouwen zijn, of in ieder geval waren, die dertien of veertien kinderen kregen. Daar zou je echt niet aan toe komen, als elk kind je tien jaar van je leven kostte." Daar hebben ze niet van terug, de dames. De heer kijkt tevreden.

"Je weet eigenlijk gewoon niet hoe het komt, die Geertje heeft gewoon geluk", zegt perzik.

"Of pech, dat vind ik dan." zegt blond. "Het is maar hoe je het bekijkt", zegt heer. "Zolang je maar gezond bent", zeg ik. Ze kijken me aan, alledrie. "Goh, je meent het", bitst de perzikkleurige met het mooie haar.