Summer of love

'Was jij eigenlijk ook een hippie, Jos?', vraagt de middelste dochter. Zij vraagt het elk jaar in hippiefestivaltijd. Zij heeft een oud, vaal tafelkleed tot jurk getransformeerd en maakt zich, compleet met ronde blauwglazige zonnebril, op om zich naar de kortstondige vrijstaat Buiten de Waterpoort te begeven. De handgevlochten bloemenkrans is per slot terzijde gelegd. 'Too much' heeft zij bij een laatste blik in de spiegel geconcludeerd. Nog zeer onlangs heeft zij in een schoenendoos met oude foto's geklauwd en er enkele gevonden, waarop ik er nadrukkelijk als een hippie uitzie. Lang haar, een ietwat bloeddoorlopen blik en een variëteit aan vale hoeden. Soms getooid in een veel te warme Afghaanse windhondenjas met overvloedige bontkraag. Ook zijn er foto's van een vijf weken durende vakantie op een Franse hippiecamping, waar ik in kennelijk gezelschap van een blondlangharig topless meisje, verdwaald raakte. Hoewel de term topless toen nog niet bestond, je liep gewoon bloot. Ze ontdeed zich van de ketenen van de heersende kledingcode, zei ze zelf. Geloof ik.

'Ik weet het eigenlijk niet', zeg ik mijn dochter. Een antwoord, dat verklaart waarom zij het elk jaar opnieuw vraagt. Enerzijds vond ik de beweging wel mooi en opwindend. Ik deelde de afkeer van geld, status, burgerlijke moraal, discriminatie en ongelijkheid. De muziek was nieuw en anders en klonk geweldig als je deze beluisterde in dezelfde staat als waarin deze gemaakt was: stoned dus. Met een verruimde geest, zeiden wij elkaar na. En de vrije seksuele moraal vond ik ook wel aardig in deze adolescente periode vol veelvuldige sexuele prikkeling. Toen seks nog gewoon sex heette dus. Maar anderzijds vond ik het stiekem allemaal ook een beetje aanstellerig en vrijblijvend. Bovendien hield ik toen ook al meer van jazz-muziek en van Zappa dan van Jefferson Airplane, Armand en Scott McKenzie. Toen ik na de vakantie weer ging studeren, bleven anderen op de camping hangen om 'aan een nieuwe, betere samenleving te werken.' Zo op het oog kostte dat weinig inspanning, vond ik.

Het festival vindt plaats Buiten de Waterpoort, een terrein, waar honden normaliter alleen aangelijnd mogen vertoeven en waar archeologische resten strijd leveren met moderne hotelbouw. Voor de gelegenheid verhullen de dampen van hasj, wiet en andere psychedelica de dagelijkse mores. Nostalgische muziek waaiert over de velden. Een lang- en rastaharige groep in Volkswagenbusjes wonende beroepshippies verkopen kralenkettingen en sjaaltjes. Hun smoezelige kinderen, met klitterig haar tekenen lijnen in het zand. Onverstoorbaar, gewend aan hun bezienswaardigheid. Anderen spelen de hippie op dit nostalgisch feest, gehuld in kleurrijke jurken van moeder of oma, zich niet bewust van de vervlogen idealen van de hippiebeweging in de Summers of Love, eind jaren 60. Ook gekende langharige regionale rechtspopulisten zwaaien met bezwerende armgebaren met de muziek mee. Maar ook, elk jaar een beetje meer, niet of nauwelijks verhulde dagjesmensen met picknickmanden op een kleedje en hedendaagse campers tussen de oude VW-busjes op de gelegenheidscamping. Vertegenwoordigers van het ooit zo verfoeide establishment drinken daar een bier. Alles kan en mag, dat dan weer wel. Het blijft leuk, hippies, vijftig jaar na dato. Donna, donna…