Vanaf de Wal Paashaas

Vanaf de Wal

Paashaas

'Papa', zegt het jongetje, het hoofd peinzend en een beetje schuin, 'hoe kan een Paashaas nou eieren leggen?' Ik spits de oren, want ook ik vraag me dat van kindsbeen af bij tijd en wijle af en de vader in kwestie ziet eruit alsof hij met dit soort vragen wel raad weet. Vader draagt een korte baard, grote wandelschoenen en een korte kaki broek, een gedurfde keuze op deze zonnige, maar nog frisse dag eind maart. De bakfiets, waarvoor het jongetje inmiddels wat te groot wordt, staat netjes buiten het terras geparkeerd, waar vader een cappuccino drinkt en zoontje een gezonde appelsap. 'Een haas legt toch gewoon kleine haasjes.' Het jongetje heeft kennelijk goed opgelet tijdens biologieles van juf. 'Daar heb je gelijk in, jongen', zegt vader bedachtzaam, 'maar de Paashaas kan dat wel. Witte, bruine, maar ook gekleurde van chocolade. Die zijn eigenlijk bruin, maar dan zit er een papiertje om.' Het jongetje kijkt hem meewarig aan, het geloof in vader wankelt op zijn jeugdig gelaat. 'Hoe kan dat nou', zegt hij, 'dat geloof ik gewoon niet, je kunt me heus niet alles wijsmaken, ik ben geen drie meer.' 'Wat doe je dan nog in die bakfiets', wil ik roepen, maar ik houd me in. Dat gaat me niet aan, tenslotte.

Vader zuigt een ademteug door de gesloten tanden en start een lang betoog. Over de godin Ostara, die een ziek vogeltje, dat niet meer kon vliegen, veranderde in een haas. 'Die haas kan dan één keer per jaar ontzettend veel eieren leggen, die hij verstopt in tuinen en parken en soms op balkons en zelfs ín huizen. Hazen zijn namelijk ontzettend vruchtbaar. Die leggen wel honderdduizend eieren tegelijk. Hazen en eieren zij allebei echte vruchtbaarheidssymbolen, dus daarom heeft Ostara dat natuurlijk zo bedacht.'

'Huh', zegt het kind, 'hazen zijn echt niet vruchtbaarder dan konijnen, ze zeggen toch niet voor niks, ze neuken bij de konijnen af.' Vader schrikt een beetje van zoons taalgebruik. Hij kijkt schichtig om zich heen het terras rond. Heeft iemand het gehoord? Het woord neuken kan heel goed in de open en blote huiselijke kring, maar op een terras moet je op je woorden letten. 'En trouwens', vervolgt het kind, 'een rammelaar kan al helemaal geen eieren leggen, dat kunnen alleen moeren.'

Die zoek ik op op de mobiel. Een moer blijkt een vrouwtjeshaas. Ik ben geïmponeerd door het slimme kind. Maar vader lijkt licht geïrriteerd. Hij onderwijst dat konijnen ook tot de familie der haasachtigen behoren en dat haasachtigen veel natuurlijke vijanden hebben en dat ze daarom tien maanden per jaar vruchtbaar zijn en heel veel kinderen maken en dat moeren een superbaarmoeder hebben en gewoon vruchtbaar blijven als ze zwanger zijn en dus foetussen in verschillende stadia kunnen dragen. Maar het kind haakt af. 'Je wilt gewoon gelijk hebben', zegt hij, 'en wat heeft dat dan allemaal met Jezus te maken?' Even aarzelt vader. Dan diept hij een lederen buideltje op, vol credit- en andere kaarten.

'Drink je appelsap nou maar op', zegt hij en staat op om af te rekenen. Het kind klimt in de bak, vader op de fiets. Zwijgend. Pasen is ook al niet meer uit te leggen.

jos huibers - jos.huib@icloud.com