Waar zijn die handjes?

Ik heb het al eens eerder verteld, maar ik denk graag na over alles wat de toekomst mij nog zal gaan brengen. Hoe mijn kinderen zullen gaan opgroeien, hoe de wereld er uit zal gaan zien. En hoe de herfstdagen van mijn leven zullen gaan zijn. Ik zie mijzelf vitaal op een bankje op de wal kijkend op het water of genietend van mijn misschien wel (achter-) kleinkinderen. In een gekscherende bui denk ik wel eens aan een rolstoelrace door de gang van mijn tehuis. Niet vaak denk ik er aan hoe het echt zou zijn om in een verzorgingshuis te belanden. De vereenzaming, de afhankelijkheid. Daar droomt niemand van. Eens per jaar spendeer ik twee dagen lang in tehuizen. Het Zomerfeest T(e)huis. Met Saskia & Serge, Het Arkels Visserskoor of dit jaar Zeemanskoor Bestevaer. Het zijn niet de headliners van de pleinen, maar wel het genre waarvan in de tehuizen genoten wordt. Het lijkt wel of elk jaar de zalen voller worden en de begeleiding minder. Van het handje vol begeleiders dat in de zaal aanwezig is, is de helft vrijwilliger. Ik herinner mij een gesprek met een dame die net de zaal was ingereden in haar rolstoel. Zij werd door haar begeleider bij een tafel 'geparkeerd' om vervolgens gauw alleen gelaten te worden, zodat de volgende kon worden gehaald. De vrouw zat wat voor zich uit te staren dus ik besloot een praatje te maken. "Dag mevrouw, heeft u er een beetje zin in?", vroeg ik haar. Ze keek me aan alsof ik haar gewekt had uit haar eigen wereldje. "Met melk en suiker meisje", antwoordde zij, terwijl ze een klopje op mijn hand gaf. Ik besloot de koffie te halen en het nog een keer te vragen. Ze keek me vragend aan. "Gaan we iets doen dan?", was haar twijfelende antwoord. Ineens bekroop mij het gevoel hoe het zou zijn om enkel voor de koffie even van je kamer gehaald te worden, om stil aan een tafel te blijven afwachten tot je weer teruggebracht wordt. Het is de bittere waarheid. Hoe hard de begeleiders en vrijwilligers in het huis het ook proberen te voorkomen. De dame dronk rustig haar koffie. Bij de eerste klanken van muziek keek ze op en verscheen er een glimlach op haar gezicht. Gedurende het optreden bekeek ik haar en zag haar opleven bij de bekende liedjes. Uit volle borst werd het kleine café aan de haven meegezongen. Ik genoot, van haar. Een glimlach, het kan zo simpel zijn. Een beetje aandacht, even iets om de sleur te doorbreken. Om het feestje compleet te maken riep één van de zangers: "Waar zijn die handjes?" Waarop ik enkel dacht: Tja, waar zijn die handjes…

Laura Sterk