• Erik de Bruin

Oorlogsverhalen aan de oppervlakte

VUREN Meester Pieter van Vollenhoven brengt volgende week woensdag, 10 mei, een bezoek aan Fort Vuren. Om het WOII en Vliegeniersmuseum te openen. Net als op 2 mei 2015, toen hij tegenover museum Het Reghthuys in Giessenburg een vliegeniersmonument onthulde, schudt het lid van de Koninklijke familie en de oud-voorzitter van de Onderzoeksraad voor Veiligheid onder andere Peter den Tek de hand. De oud-marinier uit Asperen, die een voorliefde heeft voor de periode 40-45 en zich met name verdiept in de Luchtoorlog die in de laatste jaren ook boven Nederland woedde, heeft weer een herinneringsproject in goede banen geleid.

door Erik de Bruin

Volgens een beproefd concept. ,,Net als in Giessenlanden heb ik ook in de gemeente Lingewaal de historische en geschiedkundige verenigingen bij elkaar geroepen en om hulp gevraagd. Alleen kun je zo'n omvangrijk project niet van de grond tillen." Hoe groot het is en hoeveel ontelbare vrijwillige uren er wel niet ongeveer in hebben gezeten voor vertegenwoordigers van deze verenigingen en initiatiefnemer Den Tek, die uitgebreid onderzoek heeft verricht in binnen- en buitenland en onder meer in Amerika lezingen heeft gegeven aan oorlogsveteranen, wordt enigszins duidelijk als je de website bekijkt van de stichting Eerbetoon Geallieerde Vliegeniers Lingewaal. Op zeer nauwkeurige en uitvoerige wijze wordt beschreven welke zes oorlogsvliegtuigen op Lingewaals grondgebied zijn neergestort, wat hun missies waren en wie de bemanningsleden waren. ,,We hebben contact gezocht met de nabestaanden. Dat waren zeer bijzondere ontmoetingen." Die veel informatie opleverden. Zo ook de talrijke ooggetuigenverslagen. ,,Daar hebben we veel geluk mee gehad. Mensen konden nog heel gedetailleerd vertellen wat er was gebeurd. Aanvankelijk had ik net als in Giessenlanden alleen een monument in gedachten, maar juist door al die informatie ontstond het idee om ook iets met educatie te doen. Je wilt immers ook jongeren bereiken en de verhalen doorgeven aan volgende generaties."

 

HISTORISCHE ROUTE Wie deze geschiedenis wil beleven, stapt op de fiets of trekt stevige wandelschoenen aan. Den Tek: ,,We hebben een vijftig kilometer lange historische route ontwikkeld. Die loopt door de hele gemeente, langs meer dan twintig locaties met herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog. Waaronder de neergestorte vliegtuigen in Vuren, Herwijnen en Heukelum, maar we schenken ook aandacht aan dwangarbeid, Jodenvervolging en burgerslachtoffers. Via een app op de Smartphone kan de route worden gedownload. Voor de jeugd maken we het avontuurlijk en uitdagend via Geocaching." De herinneringsroute is vanaf donderdag 11 mei een feit. Een dag eerder wordt, zoals al aan is gerefereerd, in Fort Vuren het museum geopend. Den Tek: ,,Een permanente tentoonstelling die is gewijd aan de vliegeniers die zijn neergestort. Dat de drie Lingewaalse forten zouden worden opgenomen in de route sprak voor zich. Om dit onder de aandacht te brengen hebben we vorig jaar op 4 mei een tijdelijke expositie ingericht. De belangstelling was in die korte tijd (de tentoonstelling duurde maar twee dagen) zo overweldigend dat we er direct van overtuigd waren dat we hier een vaste expositie van moesten maken. We hebben in het fort twee ruimtes tot onze beschikking. Hier zetten we persoonlijke spullen neer die we hebben gekregen van familieleden. Verder kunnen vliegtuigonderdelen- en replica's en oorlogsattributen worden bezichtigd en laten we door middel van een film hun verhaal zien."

 

BROKSTUKKEN ,,Stuk voor stuk dramatische gebeurtenissen. Vier van de zeven vliegeniers kwamen om, één is nog altijd vermist. Robert Martin, een Amerikaan, sprong bij Asperen uit de bommenwerper waarvan hij de staartschutter was. Ze hadden net, op 28 juli 1943, samen met honderden andere B-17's de vliegtuigfabriek in Kassel bestookt. Boven Nederland, op de terugweg naar hun basis in Engeland, werd de formatie aangevallen door Duitse jachtvliegtuigen. Het toestel van Martin raakte zwaar beschadigd en moest de groep verlaten. Vijf jagers stortten zich als hongerige wolven op een eenzame prooi. De situatie was zo hopeloos dat ze geen andere uitweg zagen dan springen. De parachute van Martin klapte niet open waardoor hij dood neerviel." Met zijn metaaldetector, op zoek naar oude munten, kwam Den Tek vier jaar geleden op het spoor van dit verhaal. Hij vond bij zijn woonplaats Asperen brokstukken van een neergestort oorlogsvliegtuig waar hij niets van af wist wat uiteindelijk leidde tot een monument in Giessenlanden (daar, in de polders tussen Gorinchem, Hoogblokland en Schelluinen stortte het vliegtuig neer) en hem er ook toe bracht nog meer van een 'vergeten stuk geschiedenis' bloot te leggen. ,,Ik heb een passie voor de Luchtoorlog, maar daar is vrij weinig over bekend. Wat op zich vreemd is want er zijn meer dan zesduizend oorlogsvliegtuigen neergestort, waarvan vele honderden in het rivierengebied."

 

'BOERENGESCHUT' In Lingewaal is daar verandering in gekomen. Ook de verhalen over Nieuw-Zeelander Jack Lunn (24 familieleden zijn bij de opening aanwezig), de Engelsen Basil Scarff, Benjamin Reynolds en Doug Phillips, de Amerikaan Richard Brown en de Pool Ryszard Lewcsynski zijn door toedoen van de stichting aan de oppervlakte gekomen. Waarbij in het laatstgenoemde geval ook oude littekens zichtbaar werden. Zijn uit de lucht geschoten Spitfire (de Duitsers hadden hem bij Leuven in de val gelokt) kwam op een Vurens dijkhuis terecht waarbij een vader en twee kinderen (die net naar binnen waren geroepen om zichzelf in veiligheid te brengen) om het leven kwamen. Lewcsynski viel op 16 september 1944 in handen van de bezetter en zou naar Gorinchem zijn gebracht. Sindsdien ontbreekt elk spoor, al zijn er wel berichten dat hij na de oorlog in Helmond heeft gebivakkeerd. Zijn gezin in Engeland en familie in Polen hebben echter nooit meer iets van hem gehoord. Voor Brown liep het aan het einde van de oorlog, op 20 april 1945, wel goed af, al hebben zijn kameraden dat nooit geweten. Wonderlijk is het verhaal van de 94-jarige wingman John Gauss met wie Den Tek overzees sprak. Brown, die een fotoverkenningsvliegtuig bestuurde, werd geraakt door een boer. ,,Althans, zo leek het vanuit de lucht. De boer bleek echter een Duitse soldaat te zijn en zijn hark een geweer. Dat hij begon te schieten werd wat lacherig over gedaan door de piloten die hem dienden te beschermen. Waaronder Gauss. 'Wat hij kon nu uitrichten?' Meer dan genoeg blijkbaar. Brown moest een noodlanding maken. De hele linkermotor stond in brand." Op de grond werd hij opgepakt (hij wachtte de Duitsers geduldig op) en naar Terschelling gebracht, waar meer krijgsgevangenen waren. Dit duurde twee weken. Basil Scarff, op 15 september 1944 uit de lucht gehaald bij Herwijnen, bracht een aanzienlijk langere tijd in gevangenschap door aan de Baltische Zee. ,,Toen de Russen het kamp hadden veroverd en hen hadden bevrijd, was het eerste wat hij deed de pet van een Duitse onderofficier afnemen. 'Zo, die heb je niet meer nodig.' Die pet krijgen we van de nabestaanden. Ze nemen hem volgende week mee. Niet het attribuut, maar het verhaal erachter is interessant en zo hebben we alles dat we tot stand hebben gebracht ook bedoeld."