• Rob Kreszner

Mari Kant: theaterverzamelaar

GORINCHEM In het Gorcums Museum staan tot en met 19 maart de schijnwerpers op de SEVENTIES. Een expositie vol nostalgische herinneringen aan de muziek, mode en het design van toen. Deze week het verhaal van de Gorcumse theaterverzamelaar Mari Kant over de opkomst van de hippiemusicals.

Rubriek Gorcums Museum

In 1977 bezocht Mari Kant de musical Foxtrot, met Willem Nijholt in de hoofdrol. Die maakte zo veel indruk dat hij alles begon te verzamelen wat met Nederlands theater te maken heeft. Zijn inmiddels omvangrijke en unieke collectie bracht hij onder in de Nederlandse Stichting van Volkstoneel tot Musical en andere Theaterkunsten. De sympathieke Mari heeft vele contacten in de theaterwereld en krijgt regelmatig nieuwe verzamelingen aangeboden.

Mari: ,,In de seventies zagen veel musicals het licht, zoals de klassieker De Jantjes met Ramses Shaffy en Johnny Jordaan. Maar na de Actie Tomaat, gericht tegen de zwaar gesubsidieerde en - volgens velen - elitaire en niet maatschappelijk betrokken toneelwereld veranderde er veel. De protesten tegen het establishment werden vertaald naar de theater- en muziekwereld. Uit Amerika woeien de eerste hippiemusicals over waarin maatschappijkritiek werd geuit en acteurs en actrices in hun blootje op het podium stonden. De befaamde musical 'Hair', het debuut van Bill van Dijk, ging op 2 januari 1970 in Amsterdam in première. Niet, zoals gebruikelijk, in een theater met een rode loper maar in een grote tent op het Olympiaplein. Want geen enkele Nederlandse theaterdirecteur durfde deze productie, waarin bloot gedanst werd, in zijn programma op te nemen. Maar de angst voor naakt op het toneel verdween snel toen bleek dat het een kassucces was. Zelfs in Gorcum is deze musical opgevoerd, in 1972 in De Nieuwe Doelen."

Maatschappijkritiek klonk ook door in de musicals als 'Foxtrot' en 'Wat een planeet' van Annie M.G. Schmidt. Gevoelige onderwerpen als homofilie, gescheiden vrouwen en het slopen van waardevolle monumenten werden daarin aan de orde gesteld.

Religieus getinte hippiemusicals bleken soms ook aanstoot te geven. Godspell uit 1973, waarvoor bij grootgrutter De Gruyter kaartjes werden verkocht, werd als godslasterlijk gezien. Het verhaal, gebaseerd op het evangelie van Mattheus, was voor de Pinkstergemeente in Hoensbroek reden om pamfletten met Godspell NEE te verspreiden. Daarin werd opgeroepen de voorstelling te boycotten omdat er 'grove leugens' in werden verteld.

Affiches van de prikkelende musical Oh Calcutta met ondertitel 'Oh wat een zalige billen heb jij' kwamen wel door de censuur. En in de bioscoop genoot men van de pikante Nederlandse speelfilm Blue Movie. Maar ook de aloude revue bleef populair. Snip en Snap trokken 40 jaar lang veel publiek totdat in 1977 het doek viel voor Willy Walden en Piet Muyselaar. In 1970 begon André van Duin zijn revue met Frans van Dusschoten en Ria Valk, geproduceerd door Joop van den Ende. Over al deze onderwerpen is wel iets te vinden in de collectie van Mari Kant. Wie meer wil weten kan terecht op de website www.theaterarchief.nl.