• Anika van der Kevie in actie tijdens het Internationaal Film Festival Gorinchem van vorig jaar

    Guido Fokkema

Na drie wendingen het filmfestival

GORINCHEM ,,Hoe meer mensen zeggen 'dat lukt je nooit', hoe gemotiveerder ik raak om het voor elkaar te krijgen. Dat geldt ook het Filmfestival. Vorig jaar hebben we het in drie maanden vanuit het niets uit de grond gestampt. Het werd een groot succes met bijna tweeduizend bezoekers. Voor dit jaar hebben we twee keer zoveel prachtige films geprogrammeerd, verdeeld over drie theaters. Sommige mensen zeggen 'die is gek', maar ik weet zeker, dat het weer fantastisch wordt." Aan het woord is Anika van der Kevie, drijvende kracht en officieus directeur van het Internationaal Filmfestival Gorinchem, aan de vooravond van de tweede editie.

Jos Huibers in gesprek met Anika van der Kevie

Zij werd in 1970 geboren in Hoogblokland. ,,Wij vielen wel een beetje uit de toon in het dorp. Onze ouders waren avonturiers, we trokken eropuit. Wij kinderen gingen overal mee naar toe. Opa werkte bij Esso en bereisde de hele wereld. Waar anderen gingen kamperen, trokken wij naar verre oorden om te wandelen in de bergen, mensen te ontmoeten en andere culturen te leren kennen. Ik heb altijd veel gelezen en schreef uitgebreide reisverslagen."

Toen zij 12 jaar oud was, viel het gezin uit elkaar. ,,Dat was het begin van een moeilijke periode in mijn leven, waarin ik ook nog ziek werd. Ik kreeg de ziekte van Pfeiffer, die maar niet over wilde gaan. In het vierde jaar stapte ik over van het Gymnasium naar het VWO aan Lyceum de Oude Hoven, de kortste weg naar werk en zelfstandigheid." Na een opleiding tot medisch secretaresse aan het Pont Instituut, vond zij werk bij de maatschap Chirurgie in het Beatrixziekenhuis. Daarnaast werkte ze als vrijwilliger bij Greenpeace en Terre des Homme. ,,De bevlogenheid van een vrijwilligerscrew, de saamhorigheid, waarmee belangeloos wordt samengewerkt, dat heeft mij altijd enorm aangesproken, daar loop ik warm voor."

,,Na zeven jaar word ik opnieuw doodziek, een longontsteking, die niet wil genezen in combinatie met wat ze nu een burn-out zouden noemen. Na een jaar werd ik tot mijn verbazing voor 100% afgekeurd door het UWV. Dat kwam voor mij als een mokerslag. Tegen het advies in ging ik sporten en solliciteren. Na korte tijd kon ik kiezen uit drie banen. Ik koos voor het telecommunicatiebedrijf Tégetel. Omdat ik tezelfdertijd mijn relatie beëindigde en ik met auto, kleding en hond de gezamenlijke koopwoning verliet, was dit de tweede grote wending in mijn leven. Ik belandde in dit snelgroeiende bedrijf als account- of officemanager in een echte technische mannenwereld, inclusief een meer directe manier van communiceren en de typische mannengrappen. Deze onverhulde en directe omgang beviel mij wel. In deze werkomgeving heb ik veel geleerd. Ik bezocht beurzen en werkvloeren en leerde netwerken. Ik heb hier veel nieuwe vaardigheden ontwikkeld. Zeker, in menig opzicht ben ik een laatbloeier. Door de omstandigheden in mijn puberteit is veel talent niet eerder ontwikkeld of weggedrukt."

,,Mijn groeiend netwerk kon ik ook aanwenden voor het vrijwilligerswerk. Vanaf mijn 16e was ik vrijwilliger bij Unicef en in 2005 raakte ik betrokken bij de Stichting Symposium, ook in de fondsenwerving. Samen met Unicefvrijwilligers organiseerden we shows en bijeenkomsten, onder andere op het Piazza Centrum. Opnieuw werd ik getroffen door het enthousiasme en de volharding van de ploeg vrijwilligers. Het brengt mij, op mijn vierendertigste tot een volgende ingrijpende wending in mijn leven. Ik wil zelf kennisnemen van de wereld, die ik bij Unicef op papier heb leren kennen. Ik zeg mijn baan in de telecommunicatie op, verhuur mijn huis en mijn auto en ga op reis, eerst naar Thailand en vervolgens naar Peru. Om Spaans te leren en daarnaast te werken in een weeshuis. Gezien mijn leeftijd, word ik geplaatst in een weeshuis voor al wat oudere, vaak lastige jongens. Er wonen zo'n veertig jongens aan wie ik Engels en aardrijkskunde moet onderwijzen. Ik krijg al gauw het idee, dat er meer van te maken valt en ontwikkel op verzoek een plan voor een echte vakopleiding. Ik geloof oprecht dat het leren van een vak het perspectief voor deze jongens in dit land enorm verbetert. Het plan vindt weerklank, maar ik wil het doen op een nette, legale manier en daarvoor is geld nodig en de instemming van instanties en fondsen. Terug in Nederland blijken ook hier mensen enthousiast over mijn plan en mij wordt geadviseerd om een eigen stichting op te zetten. Dit wordt de Stichting Inmenszo, geworteld in Gorinchem. Ik ben altijd onder de indruk geweest van de bereidheid van de Gorcumse ondernemers om iets te doen. Dat is echt bijzonder."

,,Uiteindelijk heb ik zeven jaar lang in Peru gewoond en gewerkt aan dit project, in samenwerking met drie andere Nederlandse hulporganisaties en met een groeiend aantal Peruaanse collega's. Na de oprichting van Inmenszo Peru, kom ik er in dienst voor 600 soles (€250,00) per maand. Aangevuld met de inkomsten uit de verhuur van huis en auto, kan ik hiervan bestaan. Het lukt steeds beter ook fondsen te verwerven ook uit Engeland, Liechtenstein en België en het project wordt een succes. Naast een geweldige ervaring, biedt het ook 'een reis door mezelf'. Je leert een totaal andere wereld kennen. Ik voelde me thuis in Zuid-Amerika, je treft er enorm warme mensen, die in armoede leven en elkaar veel harder nodig hebben, dan wij, in de westerse wereld. Het levert een grote persoonlijke verrijking, door de liefde van die kinderen, de zichtbaar goede trajecten, die velen doorlopen, de warmte, de ontmoeting en verbinding. Natuurlijk maak je ook kennis met corruptie, bedreigingen en de teleurstelling als kinderen het niet redden. Maar ook dat draagt bij aan je persoonlijke groei. Bovenal realiseer je je dagelijks hoeveel rijkdom en weelde wij kennen in de Westerse wereld, hoe gehaast we zijn, hoe druk we ons maken."

,,Tussen 2006 en 2013 ben ik af en toe in Nederland omwille van werk en fondsenwerving. In 2013 kom ik terug. Ik ben 'uitontwikkeld' en kan het werk overdragen aan de mensen ter plekke. Ik ben inmiddels 43, neem afscheid van mijn eigen kinderwens, met een beetje spijt. Maar ik geniet enorm van het leven en wil niet lijden onder wat verloren ging. Ik wil genieten van wat ik heb beleefd en nog ga beleven. Ik wil leven in het nu. Terug in Nederland volg ik een opleiding tot kinderyogadocente, wordt stadgids en start een eigen bedrijf. Organiseer charity events, werelddiners, de stadstafel. En nu dus het filmfestival. Ik heb altijd van film gehouden. Ook tijdens de jaren in Peru heb ik ontzettend veel films gezien, die deels van de zwarte markt kwamen. Ik hou ervan om mensen te inspireren en te verbinden, aan het denken te zetten. Zo een grote groep enthousiaste en betrokken vrijwilligers, het voelt als een soort familie. Ik wil mensen tot het maximale stimuleren en meenemen. Als dat lukt, geeft dat een enorme kick. Daar houd ik van."

,,Iedereen moet naar het filmfestival komen. Het biedt de kans te genieten van 18 films uit 15 verschillende landen en een weekend lang in een hele andere wereld te stappen. De hele wereld is even in Gorinchem. In de vorm van de films zelf, maar ook in de vorm van vele internationale gasten, makers, producers, spelers, die iets over de film komen vertellen. Hoe tof is dat. Het neemt je mee naar een andere wereld, stemt tot nadenken, inspiratie, ontroering. Het brengt enorm veel teweeg, daar word ik blij van." En ze lacht.