'Raptim is ons thuis'

GORINCHEM De deur bij voetbalvereniging Raptim staat voor iedereen open. Dat blijkt wel uit het feit dat er tussen de veertig en vijftig vluchtelingen vanaf dit seizoen een balletje trappen. Vier van hen spelen komend seizoen in het eerste.

door Tim Hartman

Mohammed Khattab (23), Kafi Bedawi (28), Mhamad Sharf (28) en Shero Can (24). Het zijn vier van de ruim 27 duizend Syrische vluchtelingen die in 2015 een asielaanvraag in Nederland deden. De oorlog in Syrië noodzaakte de vier om met op een boot de oversteek naar Turkije te maken. Van daaruit kwamen ze variërend van negen maanden tot een jaar geleden in Nederland terecht. Alleen Kafi vond vijftig dagen een onderkomen in Veldhoven voordat hij naar Gorinchem kwam. De andere drie leefden vier maanden in de vluchtelingenopvang in Alblasserdam. Nu is Gorinchem hun thuis geworden. Mhamad en Kafi zijn in Gorinchem met het hele gezin. Mohammed alleen met zijn broertje, Shero met zijn moeder. ,,Gorinchem is heel mooi. Vooral het centrum. Daar kun je mooi picknicken", aldus Mhamad.

De vier zijn druk met Nederlandse lessen en dat werpt al hoorbaar zijn vruchten af. Mohammed, voormalig student aan de universiteit van Damascus, pakt de taal redelijk snel op, maar redt zich met zijn Engels ook uitstekend. De andere drie laten ook hun beste kant zien: ,,Hallo, hoe is het?", klinkt het. Hulp van tolk en begeleider Saïd Achouki, tevens leider bij Raptim, is nog wel welkom. ,,Het is een moeilijke taal", zegt Mhamad met een brede glimlach in het Nederlands. ,,Nee, nee. Niets is moeilijk. Alles is te leren", lacht Mohammed.

Die glimlach is iets wat lang afwezig was bij de mannen. ,,Maar", zo vertelt Shero. ,,Sinds we in Gorinchem zijn, worden we steeds vrolijker." Over het verleden en de oorlog in Syrië praten ze liever niet. Mohammed vertelt over zijn eerste maanden in Nederland, die ook niet altijd gemakkelijk waren: ,,Het was echt heel erg druk toen we hier afgelopen september kwamen. We kwamen met zoveel vluchtelingen tegelijk. We gingen van kamp naar kamp totdat we statushouder werden. We moesten wachten tot er een centrum leeg was, zodat we daar voor langere tijd konden verblijven. Dat werd Gorinchem."

Het oude belastingkantoor in de Gildenwijk werd een noodopvang voor tenminste twee jaar. Niet tot tevredenheid van alle omwonenden. Op verschillende bijeenkomsten uitten omwonenden hun ongenoegen, maar eigenlijk verloopt het verblijf van de vluchtelingen zonder noemenswaardige incidenten.

Iets waar Raptim volgens Achouki absoluut aan heeft bijgedragen. ,,Als je ze als club een plek biedt waar ze welkom zijn, gaan ze ook geen rotzooi trappen in de wijk. Je moet die jongens een plek bieden waar ze zichzelf kunnen zijn. Dan heb je alleen wel een voorzitter nodig die zegt 'kom maar hierheen'.

Die voorzitter werd dus gevonden in de vorm van Goof van der Lugt. ,,Het is ook hoe je die mensen zelf benadert hè", vertelt hij. ,,Er is een hele hoop heisa geweest en nu hoor je er niets meer van." Van der Lugt bood de vluchtelingen een tweede thuis nadat Achouki hem had gevraagd of de vluchtelingen bij Raptim mochten komen voetballen. Achouki is vanaf het begin nauw betrokken geweest bij de vluchtelingen en hielp de jongens om afleiding te zoeken: ,,Ik ben een dag met een vluchteling gaan voetballen op het Cruijf-court. Toen bleek later dat er veel meer in de opvang waren die van voetballen hielden. Zo is het balletje gaan rollen."

Het viertal vertelt dat ze ook in Syrië al voetbalden: ,,Ja, tot de oorlog in 2011 uitbrak. Daarna was het niet meer mogelijk, alleen tijdens het werk in de pauzes", aldus Mohammed. ,,Voetballen in onze passie", vult Mhamad aan.

De vier mannen spreken in een half uur tijd wel tienmaal hun dank uit naar Van der Lugt, trainer Murat Tatli en Nance van der Mooren, die de jongens zo goed mogelijk begeleiden binnen de vereniging. ,,Zo'n welkom hebben wij echt nog nooit ergens meegemaakt. Raptim is nu ook ons thuis geworden", spreekt Mhamad zijn dank uit.

Die dankbaarheid is iets wat de vluchtelingen typeert volgens Van der Lugt. ,,De mensen zijn zo beleefd. Hoe dankbaar ze kunnen zijn na bijvoorbeeld een kopje thee. Daar zeggen Nederlanders niet eens 'dank je wel' meer voor."

Hoe de toekomst eruit ziet, weet het viertal niet, maar met een verblijfsvergunning mogen ze wel alvast hardop dromen. Mohammed hoopt snel weer verder te kunnen studeren. Via de Universiteit van Damascus wilde hij in Syrië ingenieur worden. Shero was in zijn thuisland kapper, waar Kafi brood bakte in een bakkerij. Voor Mhamad maakt het niet uit wat hij wordt: ,,Ik wil gewoon hard werken."