VVD 2e kamerlid Ronald Vuijk bezoekt Damen Shipyards

GORINCHEM - Maandag was er in het auditorium van Damen Shipyards een ontvangst van landelijke en lokale VVD-coryfeeën. Behalve Tweede Kamerlid Ronald Vuijk waren o.a. wethouder Marcel Doodkorte, statenlid Herman van Santen en fractievoorzitter Attie Mager aanwezig. Onderwerp van de middag was de vraag of de overheid een stimulans kan geven aan de werkgelegenheid en de dynamiek van de scheepsbouw. Damen Shipyards groeide onder leiding van Kommer Damen door schepen in serie te gaan bouwen. Na een start vanuit een kleine werf in 1969 was Damen in staat in 1992 Amels uit Vlissingen over te nemen, daarna volgden overnames van werven in onderhoud en reparatie. De huidige omzet is tegen de twee miljard, met werkgelegenheid voor 9000 mensen. Internationaal weet de scheepsbouwer zich te handhaven door uitvoerend werk naar lage-lonen-landen uit te besteden, waarbij de engineering en controle steeds Hollands vakwerk is; innovatief en hoogwaardig. Gevolg is dat de werkgelegenheid alleen in Gorcum gegroeid is van honderd plaatsen in 1980 tot 1400 in 2014.

Onderwijs blijft een knelpunt, al is er verbetering. Het aantal technisch hoog opgeleide mensen groeit echter nog nauwelijks ondanks de grote vraag naar technisch personeel. Kommer suggereerde een grote reclamecampagne en het afstoffen van het imago.

Damen werkt al nauw samen met de TU Delft, HBO STC Rotterdam en MBO BBL opleidingen. Door een vinding van de TU Delft te vermarkten; de bijlboeg, is een fonds ontstaan om nieuw innovatief onderzoek te financieren. Ook de samenwerkingen met MARIN en TNO zijn van vitaal belang. Bij Damen is unieke kennis in huis van trillingen, geluid en materiaalmoeheid.

Het gebruik maken van lage-lonen-landen stuitte op een enkele kritische vraag uit de zaal. Kommer stelde dat om te kunnen concurreren in een internationale markt waar nu eenmaal lage lonen beschikbaar zijn, het beste is om er gebruik van te maken in combinatie met hoogwaardige kennis uit Europa. Hierdoor groeit de werkgelegenheid en zijn bijzondere producten te realiseren. Wanneer op één plaats de lonen stijgen, ontwikkelt op een andere plaats nieuw aanbod van goedkoper personeel. Ook leveren sommige metaalbewerkers uit Oost Europese landen de hoogste kwaliteit. Door de internationalisering worden ook kleinere bedrijven meegetrokken in de vaart der volkeren.

Andere stimulansen van de overheid passeerden de revue. Omdat Damen internationaal opereert, zijn de Nederlandse ambassades erg belangrijk als bemiddelaars. Verder zou de overheid als lancerende klant hoogwaardige producten kunnen afnemen. Terwijl andere landen volop de eigen industrie subsidiëren is Nederland soms te weinig nationalistisch. Met de samenwerking met Saab richt Damen zich op de vraag van de Nederlandse Marine naar nieuwe onderzeeërs.

Successierechten kunnen voor een familiebedrijf als Damen een bevriezend effect hebben. Tot slot werden de product-innovatiefondsen en stimulatie-projecten voor de regio genoemd als een hulpmiddel. Veel liever zou Damen zien dat met hoge belastingen ook de subsidies van tafel zouden gaan. Maar deze afsluitende kreet bleek te visionair, zo te zien is daar nog een gapend gat aanwezig tussen politiek en praktijk waar nog geen loopplank voor gevonden is.